
concept
De inspiratie voor TRACES OF PRESENCE kwam door het besef van mijn menselijke kleinheid, beperktheid en eindigheid die op microniveau een afspiegeling van de mensheid als totaal lijkt te zijn. De beklemmende dreiging van een wereld die de mens niet langer lijkt te kunnen hanteren en het verlangen naar troost en schoonheid maakten het werken aan het project noodzakelijk.
Het concept van TRACES OF PRESENCE/de fossielen bestaat uit het achterlaten van sporen waarop een fossilisatieproces volgt met als eindproduct een hedendaags menselijk sporenfossiel. Gefossiliseerde sporen, artefacten uit het antropoceen, het tijdvak waarin de mens zijn stempel onuitwisbaar op de aarde drukt.
De aangebrachte afdrukken in natte klei, medium van menselijk bestaan, vertonen organisatie, structuur en opzet. Uitingen van menselijk bewustzijn. Kleinheid, eenvoud, vermogens en het verlangen naar troost en schoonheid liggen opgesloten in het fysieke resultaat dat is gefixeerd door digitale sedimentatie, pigmentatie en oxidatie en is ingekapseld in aluminium (Dibond) en plexiglas.
grondslag
66 miljoen jaar geleden sloeg een gigantische meteoriet verwoestend in bij het huidige Mexicaanse schiereiland Yucatán. Ca. 76% van alle diersoorten op aarde overleefden de gevolgen hiervan niet. Het gehele leven nam een dramatische wending en de evolutie richting mens kon beginnen.
Circa 35 duizend jaar geleden deed de homo sapiens, de moderne mens zijn intrede met de eerste artistieke uitingen en modern abstractievermogen. Zijn ontwikkeling laat kleinheid, beperktheid en eindigheid zien. Hij lijkt wellicht niet in staat de op hem af denderende, voor een groot deel zelf veroorzaakte milieuveranderingen, nog de klimatologische, sociale en economische gevolgen daarvan, te kunnen pareren.
Achtergelaten sporenfossielen (ichnofossielen) vertellen ons iets over de levenswijze van de prehistorische, mijn ‘sporenfossielen’ over de huidige menselijke bewoner.
proces

De eerste stap is het ontstaan van het spoor, neergelegd in een vorm gevuld met natte klei, het kleitablet. Hierin druk, grijp, sla en schraap, knijp en vorm ik. Met mijn handen. Niets tussen mij en het materiaal. Dichterbij kan ik niet komen. Toevalligheid als bij de oude sporenfossielen is uitgesloten.

Met de tweede stap begint de fossilisering middels afdekking met ‘digitaal sediment’. Deze ‘afdekking’ vindt plaats enkele ogenblikken na voltooiing van het spoor via digitale fotografie en zorgt voor de fixatie van het verse spoor. Droging en daarmee krimp, vervorming en scheuring wordt hiermee voorkomen. De ‘open’ tijd van klei is maar kort.

In de derde stap voltrekt zich de ‘digitale pigmentatie en oxidatie’. Dit is het bewerken van de opname met de computer/software. Licht, schaduw, kleur en profiel worden versterkt of/en beïnvloed. Hier is ruimte voor onverwachte uitkomsten en voor het tonen van esthetisch verlangen. Van één opname zijn verschillende ‘oxidaties’ mogelijk.

Het inkapselen, de vierde stap, is het realiseren van het fysieke ’fossiel’. Dit is de eigentijdse conservering van het spoor. Het digitale bestand wordt geprint, verlijmd met Dibond en afgedekt met plexiglas en geperst. Het opgesloten mensenspoor, menselijk ichnofossiel, is klaar.
film 'het ontstaan van een menselijk sporenfossiel'